Project Description

Fotoalbum

Verslag (door Steven Van Camp)

Donderdag, 17:30 uur. Bormio, regio Lombardije, Italië. Ik beslis om samen met Steve even de benen los te rijden met een korte klim naar de Torri di Fraele (9 km, gemiddeld 5%). Na een lange autorit is dit een verademing: rustig, amper verkeer en niet te steil. De laatste kilometers zijn een waar festijn van 17 haarspeldbochten. Van op de top kijken we uit op wat we net opgereden zijn. Dat doet altijd deugd!
We keren terug naar hotel Funivia waar we genieten van een heerlijk diner. Geen cliché pastamaaltiijd met bolognese- of andere saus. Nee, een mooi verzorgd driegangenmenu zal ons voldoende krachten geven om onze helletocht van morgen aan te vatten. Stelvio, here we come!

Vrijdagochtend maak ik me met enige bezorgdheid klaar om het Stilfserjoch, de Passo dello Stelvio aan te vatten. “Gaat het niet te steil zijn? Heb ik het juiste verzet gekozen? Heb ik wel genoeg getraind?” De eerste twee vragen krijgen al snel een antwoord. Ja, het is soms te steil (14%), maar mijn verzet is ok. De laatste vraag wordt later op de dag ook beantwoord…
Langs de Bormio-zijde is de pas 21,5 km lang aan 7,1% en dat laat zich al snel voelen. Bruno, Gilbert, Sandro en Steve laten me achterwege. Ik zal hen pas op de top terugzien.
Eenzaam ben je echter nooit tijdens deze klim. Sinds het BBC-programma Top Gear de Stelvio ooit “the best driving road in Europe” heeft genoemd, zijn de Ferrari’s, Porsches en Lamborghinis hier niet meer te tellen. Ze blijven al bij al nog beschaafd en rijden niet als losgeslagen gekken. Oef! Ik bereik de top (2758 meter) na ongeveer 2:15 uur, de anderen zijn intussen al bijna een half uur boven…
We dalen af via de Zwitserse zijde (Umbrail pas) om daarna via het dal Prato allo Stelvio te bereiken. Dit is de andere, bekendere zijde met het gekende zicht op de haarspeldbochten (49 in totaal, 24,3 km, 7,4%). Marc heeft wat voorsprong genomen en is voorop gereden. Het duurt niet lang voor de drie klimgeiten (Gilbert, Bruno en Sandro) Steve en ik achterlaten. In Gomagoi verlos ik ook Steve uit zijn lijden en geef hem de vrijgeleide om zijn ros de sporen te geven. Hij is duidelijk de betere klimmer van ons beiden. Weer alleen. Of toch niet?
In Trafoi zie ik Marc terug. Ik herken de pijn op zijn gezicht als hij me toeroept dat hij er geen goesting meer in heeft. Ik zit zelf ook op mijn tandvlees, maar de Stelvio, die stille (steile) moordenaar zal me niet klein krijgen. Eenmaal ik boven de boomgrens ben, zie ik de top liggen. Het geeft me een doel en ook wat moed. Al blijkt het wel nog 8 km klimmen te zijn…
Ik haal de top, maar de volgende dag zal blijken dat het geen onverdeeld succes was.

Zaterdag is de rit zo mogelijk nog schrikwekkender: vanuit Bormio dalen naar Mazzo, de Passo della Foppa (beter bekend als de Mortirolo) over en dan via Ponte di Legno naar de Gavia pas. De start van de rit loopt in dalende lijn, dat voorspelt niet veel goeds. Mijn buikgevoel liegt niet; zodra we links opdraaien om de klim te starten, doet de Mortirolo zijn naam alle eer aan. Een lengte van 12,4 km, naar een hoogte van 1852 meter, aan gemiddeld 10,5% om van de uitschieters boven de 20% nog maar te zwijgen. Ik kruip die verdomde berg op. Meermaals denk ik aan de profs die deze klim in koers doen. El Pistolero, Alberto Contador, is de Mortirolo in 2015 aan gemiddeld 12 km/u opgereden. Ik zal blij zijn als ik de helft haal. Vandaag zijn Gilbert, Bruno, Steve en Sandro opnieuw te sterk. Ook Erwin moet ik laten rijden. Dit is niet mijn terrein, dat weet ik nu wel zeker.
Uitgeteld raak ik nog boven, maar als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat het vet dan al van de soep is. Mijn bidon is leeg, mijn benen ook. Ik klamp nog aan tot in Ponte di Legno en rijd nog de eerste 5 km van de Gavia op, maar dan moet ik de spreekwoordelijke pijp aan Maarten geven. Gelukkig zie ik in een bocht een camionnette staan met de verlossende woorden op: “Peugeot Ollivier”. Mijn twee reddende engels heten Greta en Cindy. Zij stonden ons de voorbije dagen al bij met spijs en drank, en nu hadden ze het ook al in de mot. Mijn kaars is uit…
We rijden tot de top, waar ik Gilbert, Bruno, Sandro en Steve uitgeregend en zie toekomen. We wachten niet te lang meer om te dalen. Erwin is dan nog in de regen aan de klim bezig. Hij zal de top halen, maar is zo verkleumd dat hij besluit de afdaling met de wagen te doen. Wat zal die warme douche deugd doen!
Zondag, de laatste dag en iedereen wil er een kalm dagje van maken. We zullen opnieuw naar de Torri di Fraele rijden en verder door naar het stuwmeer van Cancano. Johan en Manu moedigen ons aan vanuit de auto. Na twee dagen afzien lijkt deze klim een vlakke rit. Ik fiets zonder veel moeite naar boven en ook de anderen hebben zichtbaar minder last. Boven geniet iedereen van het fenomenale uitzicht over het meer. We keren terug naar Bormio, waar enkelen nog besluiten de klim te doen naar Bormio 2000. Voor mij hoeft het niet meer, ik ben voldaan na drie dagen bergop en bergaf te rijden. Una birra per favore!

Uit het bovenstaande valt het misschien moeilijk af te leiden, maar ik heb ervan genoten. Dank aan Steve, Gilbert, Bruno, Sandro, Marc, Johan en Manu voor de fietscompagnie. Maar bovenal dank aan Cindy Petroons en Greta Cordijn om ons te volgen, te bevoorraden en op te vangen. Grazie mille signore e signori!

Steven Van Camp