Project Description

Col de Vars, Col de la Bonette, Col de l’Isoard
Hotel Maison du Roy te Guillestre

Hautes Alpes…. al bij al een zware opdracht

8 deelnemers: michel bousmans,louis chabert,christian delarivière,marc hanquinaux,arthur laurent,michel marioni,michel mougros en christian nekkebroeck.
Vertrokken op 18 juni om 3 u ‘s nachts naar Guillestre – Dauphiné (+/- 50 km ten zuiden van Briancon en in totaal een duizendtal kms van Rode).
De heenreis verliep vlot tot Bourg d’Oisans,vandaar ging het via de “nationale” over de col du Lautaret moeizaam verder. 150km “nationale” is nachtmerrie….
Normaliter was er voor de namiddag de beklimming in Serre Chevalier gepland, deze viel in het water door onze laattijdige aankomst in Guillestre.
We beslisten om dan maar de “col du Risoul” (1850 m) te beklimmen in de omgeving van Guillestre.
Een niet te zware beklimming, uitstekend om ons aan te passen aan de hoogte en niet te vermoeiend om ‘s anderdaags te moeten vertrekken voor de zwaarste opdracht: de Cime de la Bonette. Risoul is een wintersport-vakantiedorp maar in deze periode van het jaar een spookstad waar een hondje eenzaam rondliep. Deze maakte dan de groepsfoto hierbij afgedrukt.
Het was uitstekend fietsweer de zaterdagmorgen, een blauwe lucht en niet te warm. Na een stevig ontbijt vertrokken de 8 gemotiveerde mannen richting col de Vars (2100 m). De beklimming van de noordflank leidde ons door het skioord Vars (waar onze vriend Christian Billiet een buitenverblijf heeft). Een niet te zware beklimming, achter ons begonnen dreigende wolken op te dagen. De afdaling van de col de Vars naar Jausiers was indrukwekkend steil. Weinig lange rechte stukken, korte bochten en vrij gevaarlijk door een paar lange donkere tunnels die we doorreden. In Jausiers had Louis zijn voertuig geplaatst met onze lunchpaketten.
Eten moesten wij zeker doen alvorens de Bonnette op te rijden, want de beklimming is 25 km lang en rekening houdend met onze snelheid zouden wij zeker meer dan 2 u klimmen.
Aan de voet van de cime de la Bonette voelden wij de eerste druppels vallen, maar niet voldoende om ons te doen stoppen. Na een vijftal km was het landschap bedekt met donkergrijze wolken en het regende ook harder. De ontmoeting met Louis Chabert die eerder was vertrokken en terug aan het dalen was omdat het boven “niet te doen” was, nagel en harde regenbuien, beslisten een aantal om niet verder te klimmen en terug te gaan.
Christian DL, Michel Mougros en de voorzitter bleven doorrijden.
De voorzitter vermoedde dat het wolkendek niet tot 2800 m zou reiken en dat het vanaf een bepaalde hoogte iets droger zou kunnen worden. Hoe dan ook op 2000 m was nog alles potdicht. Na 2100 m ging het vrij steil en het regende iets minder. De mindere regen werd vervangen door de kou. De warme lucht die uit onze longen kwam kleurde steeds witter. Eens de lijn van 2400 à 500 m voorbij lag alles besneeuwd en het was koud. We fietsen ook zeer licht gekleed -trui en daarover een KW- en zolang we klommen voelde men niet teveel de kou.
Alvorens de top te bereiken komt men in een open vlakte ” Restefond” genoemd waar de wind hard blies. Een mooi landschap waar de voorzitter in de verte 2 oranje truitjes zag klimmen. We hadden de indruk alleen op de wereld te zijn: slechts twee auto’s reden ons voorbij: een krachtige Subaru die aan het rallyen was en een … Ferrari ! (Italië, ligt op de andere flank van de Bonette).
Een bende mottards die ons kruisten signaleerden ijsplekken.
Na een krachtige klim (bocht) aan een verlaten caserne, gingen de laatste honderden meters minder steil tot de top. Aan een douane uitkijkpost wachten Michel en Christian op de voorzitter. Toen begon een verschrikkelijke afdaling. Het was ijskoud, onze lichamen beefden en trilden van de kou, we konden amper remmen. We vroegen ons af of we wel de ganse afdaling de pijnen van de kou zouden kunnen uitstaan. Een foto maken was onmogelijk, ons digitaal toestel weigerde dienst door het vocht en de hoogte.
(wanneer de nood het hoogst is)….kwam de reddende engel ! Louis en Marc waren ons tegengekomen met het voertuig. Met de verwarming op max reden wij de resterende 20 km naar
beneden. De rest van de groep zat ons op te wachten in een bistrot in Jausiers. Een koffie om wat op te warmen alvorens naar ons hotel in Guillestre te vertrekken.
Een heet bad gevolgd door het avondmaal deed deugd, en gaf ons de kracht om nog een uitstapje te doen naar het centrum van Guillestre. Bij een Grimbergen-pression werd de tocht van ‘s anderdaags gepland: de Izoard.
‘s Morgens bij het vertrek: licht bewolkt met mooie blauwe achtergrond maar iets frisser.
Zou het de ganse dag zo blijven ? om eenzelfde scenario te vermijden zoals met de Bonette, hadden we beslist van onmiddelijk de Izoard te beklimmen richting Briancon, en vandaar terug te fietsen naar Guillestre (+/- 100 km). Oorspronkelijk hadden wij het in de andere richting gepland maar de kans om in de namiddag onweer te krijgen was te groot.
De beklimming van de zuidflank van de Izoard is wel zwaar(gemiddeld 5 %), de drie laatste km zitten rond 11% stijgingspercentage, wat veel is na 20 km klimmen.
Ons hotel was gelegen op de baan naar de Izoard, we konden moeilijk verkeerd rijden, Louis vertrok iets vroeger om samen boven te zijn. Na een 10-tal kms de Durance volgen in een prachtige vallei begon op de splitsing Izoard en Chateau Queyras de echte beklimming. Na het dorpje le Pasquier/Brunissart kroop het werkelijk naar boven. Enkele italianen kwamen ons tempo storen, ze reden een aflossingskoers op de Izoard. Ze fietsten ons voorbij, kropen dan in hun volgwagen, anderen stapten uit en zetten de tocht verder. Vervelend om naast te fietsen !
De beklimming verliep zonder incidenten, Michel B en Christian N klommen samen en bliezen elkaar wat moed in. Prachtig was het uitzicht en de natuur op de “Casse déserte” daar ging het lichtjes bergaf tot aan het gedenkmonument(je) aan Fausto Coppi en Louison Bobet. Vandaar ging het steil naar boven (meer dan 10 %) tot aan de top. Ons digitaal fototoestel weigerde eens te meer dienst, we vroegen aan twee antwerpenaars om een foto te maken met hun toestel en te mailen. Ze hadden de beklimming gedaan met hun “Gold Wing” waar Michel Marioni met bewondering stond naar te kijken.
Door de snelheid in de afdaling voelden wij terug de kou door ons KWtje. Na enkele kms moest Michel Marioni de handschoenen aantrekken van Christian DL om de afdaling te kunnen verder zetten.
Rond de middag kwamen wij toe in Briancon. Arthur wou absoluut “la Gargouille” opfietsen.
“La Gargouille” is een heuvel in het centrum van Briancon. Ter gelegenheid van oa. de Dauphiné Libéré heeft daar een klimtijdrit plaats door de smalle straatjes in kasseien die tot de top (kerkpleintje) gaan. Wij hebben het gedaan en kunnen u verzekeren dat het inderdaad bergop gaat. Een bruine put tot aan de oude stadsmuren, over een houten ophaalbrug reden we via de wallen la Gargouille binnen, gevolgd door een korte maar steile bergop tot het kerkpleintje. Boven een prachtig zicht over Briancon.
Toeristische en gezellige straatjes die doen denken aan de rue des Bouchers, maar dan veel steiler, zeker eens te doen met je echtgenote (of gezellin).
Op la Gargouille waren uitsluitend restaurantjes te vinden, geen café waar we konden eten. We reden naar het centrum, waar we een bistrot vonden om ons lunchpakket op te eten.
Van Briancon tot Guillestre hadden we nog een veertigtal kms te doen.
De voorzitter had een veiliger (?) baantje op de kaart ontdekt die evenredig liep met de grote baan. Het bleek uiteindelijk een slechte keuze want we kwamen terecht met onze mooie fietsen op het slechte pad van een schroothandelaar.
De wind was ondertussen fors opgekomen, spijtig genoeg pal op de neus. De laatste 40 kms zouden dan toch nog zwaar worden, hoewel 85 % van het traject bergaf was (Briancon is de hoogst gelegen stad in Frankrijk). We gingen ervan uit dat Louis, na de Izoard, een beetje moe zou zijn. Niets was minder waar, iedere keer dat wij hem uit de wind wilde zetten kwam hij terug op kop rijden. Het ging tot Guillestre nog snel vooruit. Kwam de laatste beklimming van een vijftal kms tot het hotel, maar de groep bleef hangen op het dorpsplein om een Grimbergen-pression door te spoelen. Wel verdient trouwens.
Het was eens te meer een geslaagd week-end, vermoeiend zoals ieder jaar, maar onvergetelijk.
Volgend jaar zouden wij opteren voor cols dichterbij de autostrade gelegen (Albertville ?, la Plagne (remember Pollentier en zijn peer), Val Thorens, Val d’Isère…..).